Lezing Mevrouw mr. J.J.A. van Boven (gezondheidsjuriste)
grotere letters kleinere letters

Lezing mevrouw van Boven 13 oktober 2011:

Dilemma’s in de praktijk over privacy en gegevensuitwisseling zijn een
belemmering voor snelle en goede hulpverlening. Voor hulp bij privacyvragen in de
jeugdhulpverlening hebben de aangesloten organisaties bij CJG IJsselstein elk hun eigen
privacyreglement.

Daarnaast bestaat “Samenwerken in de jeugdketen, een instrument voor
gegevensuitwisseling” (zie de bijlage). Deze is getoetst aan de huidige wet- en
regelgeving en geeft handvatten voor een goede afweging van de belangen. Het belang
van het kind staat centraal. Iedere professional die een relatie met het kind heeft, kan zich
genoodzaakt voelen gegevens met andere betrokkenen uit te wisselen. De juf constateert
bijvoorbeeld dat het niet goed gaat met een kind en hoort in de klas dat de moeder erg
depressief is. Zij deelt haar zorgen over het kind met de moeder en constateert dat deze
haar zorgen niet deelt en hulp afhoudt. De juf kan dan besluiten contact op te nemen met
de huisarts en de psychiater om erachter te komen in hoeverre de moeder op eigen kracht
voor het kind kan zorgen. Deze kunnen zich verschuilen achter hun beroepsgeheim, maar
dat zou niet standaard moeten zijn, vindt Van Boven. “Het gaat om het belang van het
kind. Je mag niet wachten met ingrijpen tot er een noodsituatie is ontstaan.” Ook kan
het verstandig zijn informatie uit te wisselen met partijen buiten de hulpverlening. Van
Boven: “Je moet van elkaar weten wie bij een gezin betrokken is en zonodig contact
zoeken. Het is bijvoorbeeld nuttig als een woningbouwvereniging op de hoogte is van
problemen in een gezin met een huurachterstand, zonder precies te weten wat er aan de
hand is. Dan kan bijvoorbeeld een huisuitzetting worden voorkomen.”

Vertel wat je gaat doen

De hoofdregel van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt dat iedereen het recht heeft om te weten wat er waar over hem/haar vast ligt en wat er tussen wie wordt uitgewisseld. In geval van zorgen om een kind moet je als professional de ouders of de jongere dus vertellen dat je het noodzakelijk vindt om gegevens met andere betrokken professionals uit te wisselen, om zo goed mogelijk in beeld te krijgen wat er speelt en een goed plan van aanpak te kunnen maken. Ook om een signaal af te geven in de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) is inlichten het uitgangspunt. Belangrijk is hoe je dat presenteert, weet Van Boven: “In Zuid-Limburg vertellen medewerkers van een consultatiebureau dit door te zeggen: ‘Wij hebben een samenwerkingsinstrument en daarin koppel ik jouw naam aan mijn naam. We staan er dus samen in, zodat anderen weten dat ik jou ken. Het voordeel is dat je niet overal je verhaal opnieuw hoeft te vertellen en dat we de zorg op maat kunnen afstemmen.’ Als je goed uitlegt waarom het nodig is informatie te delen, begrijpen ouders dat vaak wel.”

Vraag alleen toestemming als je ‘nee’ kunt accepteren

Het komt vaak voor dat er toestemming wordt gevraagd om gegevens te mogen uitwisselen. Van Boven adviseert dit alleen te doen als je een ‘nee’ kunt accepteren: “Als je toestemming vraagt, moet je het antwoord accepteren en respecteren. Juist waar nadrukkelijk zorgen zijn, kan en mag je als professional een ‘nee’ niet accepteren.” Een handtekening vragen is niet altijd noodzakelijk. Van Boven: “Mensen associëren een handtekening vaak met officiële en gewichtige zaken. Daardoor wek je de indruk dat het uitwisselen van gegevens tussen bij het kind betrokken professionals, toch wel iets ‘heel heftigs’ is. Sterker nog, je ziet regelmatig dat argwaan ontstaat. In geval van twijfel tekent men niet! Als er vervolgens gegronde redenen zijn voor zorg en een professional tóch gegevens gaat uitwisselen, dan worden ouders terecht boos.”

Weeg bezwaren af tegen het belang van het kind

Uiteraard kunnen ouders bezwaar maken tegen het uitwisselen van gegevens. Belangrijk is om de bezwaren af te wegen tegen het belang van het kind. Van Boven: “Ouders moeten zich gehoord voelen en weten dat ze serieus worden genomen, maar dat wil niet zeggen dat hun bezwaar ook altijd gehonoreerd zal worden!” Zo’n gesprek is lastig, maar essentieel, vindt Van Boven. “Het vraagt om een dialoog tussen ouders en hulpverlener. Waar hebben we het over als we ons zorgen maken?” Daarbij moeten we af van het idee dat we iemand stigmatiseren als we ons zorgen maken. Het is in onze complexe samenleving geen schande als je hulp nodig hebt. Mensen hoeven het niet allemaal alleen te doen. Het is van belang dat een professional aan de cliënt goed uitlegt waarom het nodig is om informatie uit te wisselen.” Bij uitzondering is het mogelijk cliënten niet in te lichten. Bij een ‘evident belang’ is het mogelijk af te wijken van de hoofdregel en ouders niet direct te informeren. Bijvoorbeeld als het uitwisselen van gegevens noodzakelijk is om strafbare feiten te voorkomen, om betrokkene te beschermen of ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Het belang van het kind betekent soms dat van deze uitzonderingsregel gebruik gemaakt mag en moet worden”, aldus Van Boven. De belangen worden afgewogen met drie principes subsidiariteit, proportionaliteit en doelmatigheid. Oftewel: is gegevensverstrekking de minst ingrijpende maatregel? Hoe verhoudt het belang van gegevensverstrekking zich tot het belang van het kind? En is via een andere weg hetzelfde resultaat te bereiken of niet?

Privacy-instrumenten

Dilemma’s in de praktijk over privacy en gegevensuitwisseling zijn een belemmering voor snelle en goede hulpverlening. Voor hulp bij privacyvragen in de jeugdhulpverlening hebben de aangesloten organisaties bij CJG IJsselstein elk hun eigen privacyreglement.

Daarnaast bestaat al langer de privacywegwijzer. Deze is getoetst aan de huidige wet- en regelgeving en geeft handvatten voor een goede afweging van de belangen. Het belang van het kind staat centraal. Iedere professional die een relatie met het kind heeft, kan zich genoodzaakt voelen gegevens met andere betrokkenen uit te wisselen. De juf constateert bijvoorbeeld dat het niet goed gaat met een kind en hoort in de klas dat de moeder erg depressief is. Zij deelt haar zorgen over het kind met de moeder en constateert dat deze haar zorgen niet deelt en hulp afhoudt. De juf kan dan besluiten contact op te nemen met de huisarts en de psychiater om erachter te komen in hoeverre de moeder op eigen kracht voor het kind kan zorgen. Deze kunnen zich verschuilen achter hun beroepsgeheim, maar dat zou niet standaard moeten zijn, vindt Van Boven. “Het gaat om het belang van het kind. Je mag niet wachten met ingrijpen tot er een noodsituatie is ontstaan.” Ook kan het verstandig zijn informatie uit te wisselen met partijen buiten de hulpverlening. Van Boven: “Je moet van elkaar weten wie bij een gezin betrokken is en zonodig contact zoeken. Het is bijvoorbeeld nuttig als een woningbouwvereniging op de hoogte is van problemen in een gezin met een huurachterstand, zonder precies te weten wat er aan de hand is. Dan kan bijvoorbeeld een huisuitzetting worden voorkomen.”

Goede communicatie is de sleutel

In bijzondere situaties kan informatie uitgewisseld worden zonder toestemming van de ouders. Hier zijn juridische mogelijkheden voor. In de praktijk kan ook veel worden opgelost door een goede communicatie met de ouders. De ouders willen bijna altijd het beste voor hun kind, maar de problemen moeten bij de ouders bespreekbaar worden gemaakt. Dat vraagt om specifieke vaardigheden van de professional. Nogal wat professionals beroepen zich ten onrecht op de privacywetgeving als zij geen informatie uitwisselen. Vaak is het echte probleem dat zij onvoldoende vaardigheden hebben om het gesignaleerde probleem bij de ouders bespreekbaar te maken en met hun toestemming informatie uit te wisselen. Dit is een belangrijke conclusie van het rapport ‘ketenbrede informatie-uitwisseling binnen de jeugdsector’. Er ligt een belangrijke taak voor de uitvoering om professionals toe te rusten met deze communicatievaardigheden.

Bron: mevr. J.J.A. van Boven
Auteur: mevr. J.J.A. van Boven